Welkom in het moderne voetbaltijdperk.
Sinds de invoering van de Video Assistant Referee, beter bekend als de VAR, is de manier waarop we voetbal beleven veranderd. Waar vroeger de discussies vaak begonnen ná de wedstrijd, gebeuren die nu tijdens de wedstrijd zelf. Iedere strafschop, rode kaart of buitenspelsituatie kan onderwerp worden van een minutenlange beoordeling. Toen de VAR werd ingevoerd, was het doel simpel: grote scheidsrechterlijke fouten voorkomen. Maar inmiddels draait de discussie om veel meer dan dat.
De VAR heeft het voetbal veranderd. De vraag is nu hoe de volgende generatie technologie het voetbal opnieuw gaat veranderen.
Waarom de VAR?
Om te begrijpen waar het voetbal naartoe gaat, moet eerst gekeken worden naar het verleden. Scheidsrechters maken fouten. Dat is altijd zo geweest. En juist die fouten behoren tot de meest besproken momenten uit de voetbalgeschiedenis.
Een van de bekendste voorbeelden vond plaats tijdens het WK van 2010 in Zuid-Afrika. In de achtste finale tussen Engeland en Duitsland schoot Frank Lampard de bal duidelijk over de doellijn. Miljoenen televisiekijkers zagen het direct. De herhalingen lieten er geen twijfel over bestaan. Toch kende de scheidsrechter het doelpunt niet toe. Het incident werd wereldwijd besproken en zorgde opnieuw voor de vraag waarom het voetbal achterbleef op andere sporten. In tennis bestond Hawk-Eye al jaren. In rugby werd videotechnologie gebruikt. Zelfs in cricket werden camera’s ingezet om beslissingen te controleren. Voetbal bleef lang vasthouden aan de menselijke waarneming.
De internationale spelregelorganisatie IFAB en de FIFA begonnen daarom te experimenteren met videoscheidsrechters. Uiteindelijk werd de VAR officieel geïntroduceerd tijdens het WK van 2018 in Rusland. Volgens FIFA steeg de nauwkeurigheid van scheidsrechterlijke beslissingen op dat toernooi sterk. Dat werd door voorstanders gezien als bewijs dat technologie nodig was geworden in het moderne voetbal. Toch bleek al snel dat meer correcte beslissingen niet automatisch betekenen dat iedereen tevreden is.
Wat doet de VAR?
Veel supporters denken dat de VAR naar iedere situatie kijkt, maar dat klopt niet. Volgens de officiële spelregels mag de videoscheidsrechter alleen ingrijpen bij vier soorten situaties: doelpunten, strafschoppen, directe rode kaarten en persoonsverwisselingen. Het idee daarachter is dat de VAR alleen wordt gebruikt bij momenten die een wedstrijd direct kunnen beïnvloeden. In theorie klinkt dat duidelijk. In de praktijk blijkt het ingewikkelder. Want hoewel camera’s kunnen vaststellen waar een speler staat, kunnen ze niet altijd bepalen hoe een scheidsrechter een situatie moet interpreteren. Was een duel zwaar genoeg voor een strafschop? Was hands opzettelijk? Was een overtreding in de opbouw ernstig genoeg om een doelpunt af te keuren? De meeste beslissingen blijven menselijke beoordelingen. Juist daardoor blijven veel VAR-momenten onderwerp van discussie.
Het grootste voordeel
Zelfs veel critici moeten erkennen dat de VAR een belangrijk probleem heeft opgelost. Een doelpunt dat meters buitenspel is, wordt tegenwoordig vrijwel altijd afgekeurd. Een gemiste overtreding in het strafschopgebied kan alsnog worden beoordeeld. Rode kaarten worden gecontroleerd voordat ze definitief zijn.
Voor scheidsrechters betekent dit een extra veiligheidsnet. Topscheids Danny Makkelie zei er over: “We maken het nodige goed met de VAR.” Volgens hem wordt de sport daardoor eerlijker en beschermt het systeem ook de scheidsrechter zelf. Ook voormalig scheidsrechtersbaas Dick van Egmond benadrukte dat de VAR vooral bedoeld is om duidelijke fouten te corrigeren. Hij stelde dat er gemiddeld meerdere verkeerde beslissingen per speelronde worden voorkomen, maar voegde daar wel een belangrijke kanttekening aan toe: “Scheidsrechteren blijft ook in het VAR-tijdperk natuurlijk mensenwerk.”
Het grootste nadeel
Toch heeft de VAR ook een prijs. En die prijs gaat niet alleen over geld. Die prijs gaat vooral over emotie. Voetbal is namelijk geen wetenschap. Het is een sport die draait om momenten. Om spontane vreugde. Om onverwachte gebeurtenissen.
Veel supporters herkennen het gevoel. Je favoriete club scoort. Je springt op. Je schreeuwt. Je viert het doelpunt alsof er niets anders bestaat. Maar vervolgens kijk je naar het scherm. Komt er een VAR-check? Heeft iemand misschien buitenspel gestaan? Was er ergens een overtreding? De twijfel is onderdeel geworden van het voetbal. Vooral jongere supporters groeien daarmee op. Zij kennen bijna geen voetbalwereld meer zonder videoscheidsrechter. Oudere supporters vergelijken het vaak met vroeger. Toen wist je direct waar je aan toe was. De beslissing van de scheidsrechter was definitief, goed of fout.
Uit onderzoek onder Nederlandse voetbalfans bleek al eerder dat stadionbezoekers vooral moeite hebben met het wachten en het gebrek aan uitleg. Dat is misschien wel de kern van de kritiek. Veel fans zijn niet per se tegen eerlijkheid. Ze zijn vooral bang dat voetbal minder spontaan wordt.
Transparantie
Daarom gaat de discussie niet alleen meer over de vraag óf technologie gebruikt moet worden. De discussie gaat steeds vaker over de manier waarop. Supporters willen weten wat er gebeurt. De KNVB experimenteert daarom met zogenoemde on-field announcements. Daarbij legt de scheidsrechter na een VAR-moment via de stadionmicrofoon uit waarom een beslissing is genomen. Scheidsrechtersbaas Raymond van Meenen zei daarover dat een scheidsrechter na een VAR-ingreep zijn beslissing moet communiceren aan “het publiek en de televisiekijkers.” Volgens de KNVB moet dat zorgen voor meer inzicht in hoe beslissingen tot stand komen.
Dat lijkt een kleine verandering, maar voor supporters kan het veel uitmaken. De irritatie ontstaat namelijk vaak niet alleen door de beslissing zelf, maar door de stilte eromheen. Minutenlang wachten zonder uitleg maakt een stadion onrustig. Een korte uitleg kan dat verminderen.
Ook internationaal groeit die behoefte. De Engelse Football Supporters’ Association publiceerde in 2026 onderzoek waaruit bleek dat 75,7 procent van de ondervraagde Premier League-supporters de VAR niet steunt. Tegelijkertijd was er juist wél steun voor bepaalde vormen van technologie: doellijntechnologie werd door 93 procent gesteund en live uitleg van beslissingen in het stadion kreeg meer steun dan veel andere VAR-uitbreidingen.
Supporters zijn dus niet automatisch tegen technologie. Ze willen vooral dat technologie het voetbal begrijpelijker maakt.
Semi-automatisch buitenspel
Terwijl veel supporters nog wennen aan de huidige VAR, is de volgende innovatie al onderdeel van het topvoetbal: semi-automatische buitenspeltechnologie. Deze technologie gebruikt camera’s rond het veld om de positie van spelers te volgen. In combinatie met baldata kan het systeem sneller bepalen of een speler buitenspel staat. FIFA omschrijft semi-automatische buitenspeltechnologie als een hulpmiddel voor de VAR om sneller, reproduceerbaarder en nauwkeuriger buitenspelbeslissingen te nemen. Het systeem is niet volledig automatisch. De technologie geeft een advies, maar de officials blijven verantwoordelijk voor de uiteindelijke beslissing. Dat is belangrijk, omdat buitenspel soms niet alleen draait om de positie van een speler.
Toch is deze technologie een duidelijke stap richting een sneller en technischer voetbal. Waar een buitenspelcheck vroeger soms minuten duurde, kan een systeem nu veel sneller aangeven waar de spelers stonden op het moment dat de bal werd gespeeld. Maar ook hier geldt: technologie lost niet alles op. Tijdens het WK 2026 ontstond discussie na Zwitserland tegen Qatar, omdat er geen 3D-buitenspelvisualisatie werd getoond bij een twijfelachtig moment. FIFA verklaarde later dat er sprake was van een technische storing in de visuele weergave voor broadcasters, niet in de beslissing zelf. Toch leidde het incident tot vragen over vertrouwen en transparantie.
De bal als meetinstrument
Een van de opvallendste ontwikkelingen tijdens het WK 2026 is de verdere inzet van de connected ball. De officiële WK-bal, de Trionda van Adidas, bevat een bewegingssensor die data naar het VAR-systeem stuurt. Volgens FIFA gaat het om een 500Hz motion sensor chip, waarmee de beweging van de bal zeer nauwkeurig kan worden gevolgd. Die data kan helpen bij buitenspelsituaties, omdat het systeem preciezer kan bepalen wanneer de bal wordt geraakt. Dat klinkt technisch, maar het effect kan groot zijn. Bij buitenspel draait alles om fracties van seconden. Het moment waarop een pass wordt gegeven is vaak net zo belangrijk als de positie van de aanvaller. Als de bal zelf kan registreren wanneer hij wordt geraakt, hoeft dat moment minder vaak handmatig uit camerabeelden te worden gehaald. De technologie kan daarnaast helpen bij andere situaties, zoals mogelijke handsballen of strafschoppen, omdat de bal gedetailleerde touch-data kan leveren. De bal verandert daarmee langzaam van een simpel spelobject in een meetinstrument.

Meekijken door de ogen van de arbiter
Tijdens het WK 2026 wordt ook gewerkt met scheidsrechtercamera’s. Dat zijn kleine camera’s die de kijker een beeld geven vanuit de ogen van de scheidsrechter.
De Guardian omschreef de refcam als een van de opvallendste innovaties van het WK 2026. De camera laat zien hoe snel situaties ontstaan, hoe weinig tijd een scheidsrechter heeft om te reageren en hoe beperkt het zicht soms is tussen alle spelers. Voor supporters kan dit belangrijk zijn. Veel kritiek op scheidsrechters ontstaat vanuit herhalingen in slow motion. Vanuit de luie stoel lijkt een beslissing soms simpel. Maar een scheidsrechter ziet een situatie op volle snelheid, tussen spelers, geluid, druk en beweging. De refcam kan daardoor begrip creëren.
IFAB heeft bovendien de regels aangepast zodat competities scheidsrechters, assistent-scheidsrechters en vierde officials bodycams kunnen laten dragen, als de organisator de camera’s levert en controle heeft over het beeldmateriaal.
Kunstmatige intelligentie
De volgende grote vraag is misschien nog interessanter: wat gebeurt er als kunstmatige intelligentie een grotere rol krijgt binnen arbitrage? AI-systemen worden steeds beter in het analyseren van beelden. Ze kunnen patronen herkennen, bewegingen volgen en situaties vergelijken met duizenden eerdere momenten. In theorie zou AI bijvoorbeeld kunnen helpen bij het herkennen van overtredingen, handsballen of gevaarlijk spel. Onderzoekers werken al aan systemen die voetbalbeelden automatisch kunnen analyseren. In een onderzoek naar een AI-gestuurd VAR-systeem werd bijvoorbeeld gekeken of technologie overtredingen en bijbehorende straffen kan herkennen op basis van meerdere camerastandpunten. De onderzoekers concludeerden dat zulke systemen potentie hebben, maar ook dat automatische beoordeling nog beperkt is en ingewikkeld blijft.
Dat laatste is belangrijk. Voetbal is geen sport waarin iedere situatie exact hetzelfde is. Een computer kan beelden analyseren. Maar begrijpt een computer ook wedstrijdgevoel? Begrijpt een systeem waarom een duel in de eerste minuut anders wordt aangevoeld dan een duel in de negentigste minuut? Kan AI rekening houden met intensiteit, intentie en context? Voorlopig lijkt AI daarom vooral een hulpmiddel te worden, geen vervanger van de scheidsrechter. De scheidsrechter blijft degene die de wedstrijd leidt.
De toekomst
Hoe ziet voetbal er in 2035 uit?
Waarschijnlijk is buitenspel dan bijna volledig geautomatiseerd. Een speler staat buitenspel of niet, en binnen enkele seconden verschijnt de uitleg op het scherm. De lange lijnen en minutenlange checks verdwijnen mogelijk (en hopelijk) steeds meer uit het spel. Ook is de kans groot dat supporters in het stadion veel meer informatie krijgen. Niet alleen via videoschermen, maar ook via apps. Denk aan een melding op je telefoon: “VAR-check: mogelijke strafschop wegens hands.”
Voor tv-kijkers kan dat nog verder gaan, met extra camerahoeken, live data en misschien zelfs audiofragmenten van de communicatie tussen scheidsrechter en VAR. Scheidsrechters zouden daarnaast hulp kunnen krijgen van AI-systemen die op de achtergrond meekijken. Ook trainingen van scheidsrechters zullen veranderen. Met refcams, data en AI-analyse kunnen scheidsrechters na een wedstrijd precies terugzien waar ze stonden, welke kijkhoek ze hadden en waarom een beslissing moeilijk was. Dat kan het niveau van arbitrage verbeteren.
Maar de grootste verandering zit misschien niet in de technologie zelf. De grootste verandering zit in de relatie tussen voetbal en waarheid. Vroeger kon iedereen na afloop discussiëren over wat er was gebeurd. Nu verwachten supporters dat technologie het definitieve antwoord geeft. Maar voetbal blijft vol grijze gebieden. Zelfs met camera’s, sensoren en AI blijven er situaties waarin mensen verschillend oordelen. Dat betekent dat technologie de discussie niet zal laten verdwijnen. De discussie zal alleen veranderen.
De grens van technologie
De komende jaren moet het voetbal daarom een balans vinden. De opdracht voor FIFA, UEFA, de KNVB en andere bonden is dus niet alleen technisch. Het is ook cultureel. Ze moeten bepalen welk soort voetbal ze willen beschermen. Een sport waarin fouten zomaar kampioenschappen kunnen beslissen, voelt niet meer van deze tijd. Maar voetbal waarin elk moment wordt ontleed tot data, millimeters en protocollen voelt ook niet als voetbal. Waarschijnlijk ligt de toekomst ergens in het midden. Technologie blijft. De VAR verdwijnt niet zomaar. Semi-automatisch buitenspel, connected balls en scheidsrechtercamera’s worden waarschijnlijk steeds normaler. AI zal op de achtergrond groeien. Maar de menselijke scheidsrechter blijft nodig. Het spel bestaat uit emotie, interpretatie, druk, twijfel en gevoel. Dat kun je ondersteunen met technologie, maar niet volledig vervangen.
De VAR is het begin.