Hoe verhalen zich blijven aanpassen in een veranderende wereld.
De toekomst van verhalen en literatuur wordt steeds sterker beïnvloed door digitalisering, veranderend leesgedrag en de opkomst van generatieve AI. Lezen verandert, schrijven verandert, en zelfs verhalen zelf veranderen mee. In een tijd van AI, smartphones en een afnemende aandachtsspanne rijst de vraag: wat blijft er nog over van literatuur zoals we die kennen?
Toch is de vraag niet of literatuur verdwijnt, maar hoe de vorm van verhalen vertellen zich aanpast in een snel veranderende wereld. Welke risico’s brengen deze ontwikkelingen met zich mee, en welke nieuwe mogelijkheden ontstaan er juist voor schrijvers, lezers en verhalenvertellers?
Veranderende vertelvormen
Al sinds de eerste televisie op de markt kwam, wordt het doemscenario geschetst voor het voortbestaan van de literatuur. Ook toen internet opkwam en de eerste smartphone verscheen, werd er overtuigend gesproken dat dit het einde zou betekenen voor boeken. Zelfs auteurs waren niet overtuigd van het voortbestaan van het verhaal verteld in het papieren boek.
Al decennia geleden schetste Ray Bradbury in zijn roman Fahrenheit 451 een wereld zonder boeken. Fahrenheit 451 is een dystopisch sciencefictionboek dat op de markt verscheen in 1953. De dystopische roman speelt zich af in de vierentwintigste eeuw, waar boeken verbannen zijn en kritisch denken wordt ontmoedigd. Want, literatuur doet nadenken, zaait twijfel en brengt onrust. De titel refereert aan de temperatuur waarop boekpapier vlam vat en verbrandt, 451 graden Fahrenheit. In het verhaal worden brandweermannen niet meer ingezet om vuur te bestrijden, maar juist om alle boeken in brand te steken en zo te vernietigen. Gelukkig zit er een tegenbeweging in het boek, want is het wel juist om literatuur te verbannen? Uiteindelijk roeit de literatuur niet uit, want wat blijkt is dat mensen anderen vormen gaan gebruiken om verhalen te vertellen. De boodschap lijkt te zijn: het vertellen van verhalen gaat voort met of zonder het bestaan van papieren boeken.
Dat mensen geen papier nodig hebben om verhalen te vertellen, is niets nieuws. Al in de prehistorie gebruikten mensen muurschilderingen om gebeurtenissen en verhalen vast te leggen. Later werden verhalen mondeling doorgegeven, bijvoorbeeld door vertellers die mythen, legendes en geschiedenis deelden met hun omgeving. Ook toneelstukken, muziek en films zijn manieren om verhalen over te brengen.
We zien dus al ons hele bestaan dat de vorm van storytelling zich alsmaar blijft ontwikkelen. Die voortdurende ontwikkeling zien we vandaag de dag voort op sociale media. Op platforms worden verhalen tegenwoordig op steeds kortere, visuelere en directere vormen verteld. Verhalen worden op sociale media vaak verteld in losse fragmenten, posts, stories, reels of threads. Het is nu dus kort en snel, in plaats van een lang doorlopend verhaal.
Maar die korte, snelle video’s waar je soms zo snel voorbij scrolt, ook dat zijn verhalen. Nog nooit eerder kreeg een verhaal de kans om zich zó snel te verspreiden. Maar een verhaal moet wel aan steeds meer eisen voldoen wil het zijn publiek bereiken. Het moet toegankelijk zijn en makkelijk te delen. Een verhaal moet in één keer herkenbaar zijn en de aandacht grijpen, anders scrolt de gebruiker verder. Sociale media verandert de vorm van verhalen. Waar vroeger een sterk verhaal bestond uit een begin-midden-eindstructuur, ontstaat nu vaker een mengeling van tekst en beeld die samen een groter geheel vormen.
Sociale media maakt verhalen ook interactiever. Likes, shares en comments worden onderdeel van het verhaal en hebben invloed op hoe een verhaal verder leeft. Sociale media zorgt er ook voor dat mensen verhalen anders consumeren en doorgeven.
Sociale media maakt verhalen korter, sneller en interactiever. Maar daarnaast ook vluchtiger. Het leest eenvoudiger en sneller, wat het toegankelijk maakt, maar het vraagt ook om directe aandacht en herkenbaarheid. De vraag is dus niet of literatuur verdwijnt, want de verhalen blijven bestaan. De vraag is hoe verhalen een publiek blijven vinden in een wereld van constante contentstromen.
Leesgedrag en publiek
De verschuiving naar korte, visuele content heeft gevolgen. Vooral jongeren groeien op in een mediaomgeving waarin boeken steeds vaker moeten concurreren met sociale media en andere digitale prikkels. De manier waarop jongeren zich vermaken, is de afgelopen decennia sterk veranderd. Waar jongeren tegenwoordig kunnen kiezen tussen sociale media, streamingdiensten, videogames en online video’s, waren de mogelijkheden vroeger beperkter. Boeken speelden daardoor een grotere rol in de vrije tijd van veel jongeren. Bibliotheken werden veel bezocht en populaire jeugdboeken gingen van hand tot hand. Voor veel jongeren vormden boeken een belangrijke bron van ontspanning, fantasie en avontuur. Verhalen die nu via een scherm worden beleefd, werden toen vaak ontdekt tussen de pagina’s van een boek.
Een boek is dus steeds meer een optie geworden, en in cijfers is terug te zien dat die optie steeds minder in trek is. Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt dat jongeren van 13 tot 19 jaar gemiddeld nog maar 14 minuten per dag lezen. Daarnaast is hun leestijd tussen 2013 en 2018 met bijna 40% afgenomen en lezen zij ook minder boeken dan eerdere generaties. Daarnaast is ook het aantal uitleningen van openbare bibliotheken de afgelopen 20 jaar met 40% afgenomen.
Ook kost het jongeren tegenwoordig meer moeite om aandacht bij het boek te houden. Dit probleem is ook te zien in het klaslokaal. Uit cijfers uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt dat 88 tot 91 procent van de kinderen in hun vrije tijd soms of vaak een boek leest, terwijl dat bij jongeren sterk daalt naar 56 tot 47 procent. We zien dat jongeren op een bepaalde leeftijd komen en afhaken. Jongeren lezen nog wel veel korte teksten, maar besteden minder tijd aan het geconcentreerd lezen van langere teksten of boeken.
Dat jongeren minder lezen hangt sterk samen met hun telefoongebruik. De korte filmpjes op TikTok of Instagram zorgen voor snelle prikkels en vragen weinig concentratie. Daardoor ervaren jongeren lezen als traag en inspannend. Het kost ze meer moeite om hun aandacht bij een lang verhaal te houden. Ook op de middelbare school is dat zichtbaar. Journalistiek student Lola Reinders sprak voor haar onderzoek met Linda Bearda, docent Nederlands op de middelbare school. Ze gaf aan dat ze het concentratieverlies terugziet in het werk van haar leerlingen: “Ik merk dat veel boekopdrachten met behulp van ChatGPT worden gemaakt,” vertelt ze. Ze zegt ook te denken dat de motivatie om zelf te lezen hierdoor verder afneemt.
Waar het leesgedrag van jongeren de afgelopen jaren steeds verder leek af te nemen, is inmiddels een andere ontwikkeling zichtbaar. De TikTok-hashtag ‘BookTok’ groeide uit tot een populair fenomeen en lijkt jongeren opnieuw enthousiast te maken over boeken. BookTok is de boekencommunity op TikTok waar gebruikers korte video’s delen met boekentips, recensies, leeservaringen en aanbevelingen. Het is ontstaan rond 2020 en groeide razendsnel uit tot een grote online leesomgeving. BookTok zet jongeren vaker aan het lezen, juist omdat boeken worden gepresenteerd als iets deelbaars en persoonlijks. Onderzoek van KVB Boekwerk laat zien dat BookTok op verschillende manieren invloed heeft op leesgedrag: 15% van de jongeren leest wel eens een boek dat ze op TikTok hebben gezien, en 1 op de 10 leest, koopt of leent meer boeken door BookTok. BookTok laat zien dat het niet alleen reclame maakt voor boeken, maar ook echt leesgedrag beïnvloed.
Daarnaast is Tiktok een internationaal platform. De BookTok aanbevelingen zijn dan ook grotendeels Engelstalig. Jongeren verkiezen daarom vaker een Engeltalig boek boven een Nederlandstalig boek. Uit onderzoek van Gfk blijkt dat een derde van de jongeren tussen de 16 en 25 jaar liever Engels leest dan Nederlands. Naast dat jongeren Nederlands lezen als ‘cringe’ en gênant ervaren, wordt er ook aangegeven dat jongeren graag hun Engelse taalvaardigheid willen oefenen. Ook beleven ze het Engelse aanbod als diverser en leest een Nederlandstalige vertaling minder fijn dan het origineel in het Engels.
Het Onderwijs Van Morgen vroeg zich af: is dat zorgelijk? Een terechte vraag, want dat jongeren steeds vaker Engels lezen heeft voordelen voor de ontwikkeling van de Engelse taalbeheersing, maar het kan ook betekenen dat hun band met de Nederlandse literatuur verzwakt. Ze worden minder blootgesteld aan de Nederlandse zinsbouw, woordenschat en stijl, waardoor hun woordenschat mogelijk kleiner blijft dan voorheen.
Hoogleraar Leesgedrag aan de VU Roel van Steensel vindt de ontwikkeling eerder interessant dan verontrustend. Hij verwacht dat lezen in het Engels juist gunstig kan zijn voor de Nederlandse taalontwikkeling. “Wie veel met taal en teksten in aanraking komt, leert behalve nieuwe woorden ook nieuwe concepten en genres kennen, en doet meer kennis op van tekststructuren. Omdat de taalontwikkeling van een eerste en een tweede taal elkaar beïnvloeden, verwacht ik dat Engels lezen ook gunstig is voor de Nederlandse taalontwikkeling,” aldus Roel van Steensel.
AI en auteurschap
Terwijl sociale media de vorm van verhalen consumeren verandert, verandert kunstmatige intelligentie ook de manier waarop verhalen worden geschreven. Generatieve AI, zoals ChatGPT en andere chatbots en generatieve hulpmiddelen, kan tegenwoordig zelf teksten schrijven, hele teksten samenvatten en zelfs hele verhalen produceren.
Voor schrijvers zijn deze ontwikkelingen niet zonder gevolgen, want de input van AI komt uit het werk van mensen. Techbedrijven trainen hun AI-modellen met het werk van Nederlandse schrijvers zonder toestemming en zonder vergoeding. De Auteursbond waarschuwt dat dit een ernstige inbreuk op auteursrechten is. Uit onderzoek van De Creatieve Coalitie en de Boekmanstichting blijkt dat één op de drie vertalers minder opdrachten en inkomsten ervaart door generatieve AI. Bijna één op de vijf respondenten in creatieve beroepen ziet het inkomen teruglopen als gevolg van generatieve AI. Schrijvers verliezen ook inkomen: 39% van de schrijvers loopt nu al inkomsten mis, en 85% verwacht dat hun inkomen in de komende jaren sterk daalt.
Steeds vaker klinkt de kritiek dat AI onze creativiteit ondermijnt. Als AI teksten schrijft die mensen als eigen werk introduceren, verdwijnt de unieke menselijkheid uit de literatuur. Dat is zonde, want juist het vermogen om ons een eigen stem te geven, vormt de kracht van literatuur. Door AI geschreven teksten missen bovendien vaak de diepgaande betekenis, emotie en originaliteit die mensen associëren met creativiteit.
Toch kan generatieve AI ook positieve invloed hebben op het schrijversvak. AI kan ingezet worden om te brainstormen, zinsopbouw en spelling te controleren, of om teksten snel samen te vatten. Als je AI op de juiste manier inzet, kan het een uitstekend hulpmiddel zijn.
Veel auteurs zijn bang dat AI hun werk gaat vervangen, en veel anderen zijn bang dat AI onze creativiteit ondermijnt. Het is belangrijk dat we AI niet de autoriteit geven die bij mensen hoort. Als we AI te veel laten gebruiken voor het schrijven, verdwijnt de menselijke stem uit literatuur. Dan wordt literatuur minder authentiek, minder diep en minder menselijk.
We kunnen stellen dat de toekomst van literatuur en verhalen onder druk staat door digitalisering, veranderend leesgedrag en de opkomst van kunstmatige intelligentie. Door de geschiedenis heen zien we echter dat verhalen zich steeds aanpassen aan nieuwe vormen van vertellen en verspreiden. Dat heeft nooit betekend dat literatuur verdwijnt, dus ook nu, nu zij onder druk staat, betekent dat niet dat zij dreigt te verdwijnen. Van muurschilderingen tot boeken, films en sociale media: de behoefte om verhalen te vertellen zal altijd blijven bestaan. De mens kan niet bestaan zonder verhalen. Zonder verhalen zouden we niets weten, niets kunnen ervaren en ons niet kunnen ontwikkelen.
De manier waarop verhalen worden gemaakt en beleefd zal wel veranderen. Dat betekent dat de mens voor een uitdaging staat. Die uitdaging is niet om vast te houden aan oude vormen van literatuur, maar om de menselijke creativiteit, verbeeldingskracht en autoriteit te bewaken. Juist dat geeft verhalen betekenis. We hebben een nieuw hoofdstuk omgeslagen in het verhaal van de literatuur, die zich voortdurend zal blijven ontwikkelen. Een verhaal dat nooit een einde zal hebben.