Van kleurrijk naar kleurloos

Stel je een foto voor van een grijze straat: grijze gebouwen, grijze auto’s en mensen in zwarte of beige kleding. Best saai, toch? Toch lijkt dat steeds vaker het straatbeeld te worden. Maar hoe komt dat? 

Kleur is overal om ons heen, maar opvallende kleuren lijken we steeds vaker te vermijden. Volgens schrijver en kunstenaar David Batchelor is dat geen toeval. In zijn boek Chromophobia beschrijft hij een opvallend fenomeen: de westerse wereld heeft volgens hem een soort angst voor kleur. Het woord chromophobia betekent letterlijk: angst voor kleur. 

Waarom zijn we bang voor kleur? 

Volgens Batchelor komt die angst voort uit een bredere angst voor het onbekende. Kleur wordt in de westerse cultuur vaak niet gezien als iets neutraals. Kleuren krijgen betekenis en worden gekoppeld aan bepaalde groepen, ideeën of emoties. Die angst voor kleur uit zich volgens hem op twee manieren. Kleur wordt vaak geassocieerd met alles wat buiten de norm valt. Denk aan vrouwelijkheid, niet-westerse culturen, kinderlijkheid of de queer community. Daardoor wordt kleur soms gezien als iets opvallends, emotioneels of zelfs iets dat niet helemaal serieus genomen hoeft te worden. 

Daarnaast wordt kleur vaak beschouwd als decoratie: iets extra’s dat niet echt belangrijk is. Vorm, structuur en minimalisme worden meestal gezien als iets serieus, terwijl kleur wordt weggezet als speels of onnodig. Daardoor ontstaat een opvallende tegenstelling. Aan de ene kant vinden we kleur vreemd of overdreven, en aan de andere kant zien we het als onbelangrijk. 

Waar zie je dat terug? 

Deze manier van denken kom je op veel plekken tegen. 

Neem bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek. Vaak krijgen mensen het advies om neutrale kleuren te dragen, zoals zwart, grijs of donkerblauw. Een felgekleurde outfit zou te veel aandacht trekken of minder professioneel overkomen. Maar waarom vinden we neutrale kleuren eigenlijk betrouwbaarder dan opvallende kleuren? Ook historische ontwikkelingen spelen hierbij een rol. Tijdens periodes van kolonialisme en imperialisme werden westerse ideeën over smaak en schoonheid vaak als de norm gezien. Witheid, eenvoud en soberheid kregen daardoor een hogere status. De invloed daarvan is vandaag de dag nog steeds zichtbaar in discussies over cultuur, identiteit en discriminatie. 

De opkomst van beige 

Als je om je heen kijkt, zie je chromophobia op veel plekken terug. In witte kunsthallen. In minimalistische modecollecties vol neutrale tinten. In beige en crèmekleurige interieurs die luxe en rust moeten uitstralen. En ook in de populaire clean girl aesthetic, waarin zachte kleuren, minimalistische make-up en een verzorgde uitstraling centraal staan. Het lijkt soms alsof rust, schoonheid en succes alleen kunnen bestaan zonder uitgesproken kleuren. Ook op straat vallen dezelfde kleuren steeds vaker op: zwart, wit, grijs en beige domineren het beeld. Felle kleuren lijken steeds minder populair. 

Waarom kleur juist belangrijk is? 

Dat is opvallend, want kleur heeft veel invloed op hoe we de wereld ervaren. Kleuren kunnen onze stemming beïnvloeden, herinneringen oproepen en emoties versterken. Ze bepalen de sfeer van een ruimte, de uitstraling van kleding en de kracht van een afbeelding. Sommige kleuren geven energie, terwijl andere juist rust brengen. 

Toch lijken we kleur steeds vaker weg te filteren uit ons dagelijks leven. Misschien zegt dat uiteindelijk minder over kleur zelf en meer over onze behoefte aan controle, rust en erbij horen. Want kleur doet iets. Het trekt aandacht. Het roept emoties op. Het valt op. En misschien is dat precies waarom we er soms een beetje bang voor zijn.